BIERMUSEUM BRUSSEL krijgt vorm

Iconisch Beursgebouw in de steigers: ‘De Beurs wordt opnieuw van het volk’

Na werken aan de voetgangerszone is het Beursplein zo goed als klaar, maar sinds vorige zomer staat ook de Beurs zelf in de steigers. Tegen 2023 moet de eclectische mastodont volledig gerenoveerd zijn. In totaal wordt 12.000 vierkante meter aan oppervlakte opengesteld voor het publiek. Kostprijs: een slordige 50 miljoen euro.

Brussel deelt zijn meest intense emoties met het Beursgebouw. De monumentale leeuwen aan de toegangstrappen op de Anspachlaan keken toe wanneer uitzinnige vreugde uitbrak na de WK-zege van de Rode Duivels tegen Brazilië. Op datzelfde plein verzamelde de Brusselaar om collectief te rouwen na de aanslagen in metrostation Maalbeek en de luchthaven. Het is geworden tot het symbolische hart van de stad. “En daar moet het nieuwe Beursgebouw niet alleen getuige van zijn, maar ook deel van uitmaken”, zegt projectleider Nel Vandevannet.

Er is nu nog niets van te zien, maar binnen twee jaar moet je via de trappen van de Beurs door de centrale hal richting Grote Markt kunnen wandelen. Met ook nog een culturele expo en een restaurant wordt dit een echte ontmoetingsplek. Omdat de bestaande achterpoort te klein is om een voorziene dagelijkse stroom van 5.000 bezoekers te verwerken, wordt een nieuwe ingang gemaakt - mét liften voor mensen met beperkte mobiliteit. Die komt ter hoogte van de Sint-Niklaaskerk. “Het is de grootste verandering die we aanbrengen”, aldus Vandevannet. “Voor de rest proberen we de Beurs vooral in zijn oude glorie te herstellen.”

Het voornaamste werk situeert zich in de renovatie. Na al die jaren was heel wat verloederd geraakt. En omdat men het origineel zo nauwkeurig mogelijk wil benaderen, kruipt daar ook wat tijd in. Zo ontdekten werkers vals marmer uit de 19e eeuw onder de beige verf die op de zuilen in de grote hal is aangebracht na een zware brand in 1990. “Dat was ambachtelijk werk, geschilderd door echte artiesten. We willen deze in hun originele staat herstellen”, zegt Vandevannet. Het kapiteel - de kroon van de zuilen - wordt opnieuw verguld. Stoffen muurbekleding in de oude salons wordt geanalyseerd en zo goed mogelijk nagebootst.

Simulatie van de mozaïekvloer met kunst van Valérie Mannaerts


Ook de klassieke plafonds worden in ere hersteld. De vloer van de centrale is nu nog volledig gestript tot op het beton. Een tijdje terug lag hier eiken parket, maar die werd verkocht en verdwijnt dus uit de Beurs. “We keren terug naar de mineralen vloer met mozaïek die er voordien lag”, verklapt Vandevannet. De Brusselse artieste Valérie Mannaerts - die onder meer het Bozar café Victor opsmukte met haar kunstige gordijnen - zal de mozaïek een hedendaagse touch geven. “Dat wordt de enige stijlbreuk die je zal vinden in de gerenoveerde Beurs.”

Voor de vloer gelegd kan worden, moet eerst de betonplaat in de middenbeuk helemaal vervangen worden. Extra kosten: 600.000 euro. “Een streep door de rekening (zowel budgettair als in tijd, red.), maar we kunnen niet anders”, geeft Vandevannet toe. “De eerste betonconstructies dateren uit die tijd en leveren nu stabiliteitsproblemen op. De vloer buigt door, is niet gelijkmatig gewapend en ook niet dik genoeg om brandweerstand te geven.” Ofwel: het is niet veilig. Zeker niet als er tegelijk veel volk passeert.

De centrale hal - met zich op de eerste etage en de koepel - blijft vrij. Als je binnenkomt via de Anspachlaan komt er rechts in de oude salons een expozaal. Daarachter volgt een restaurant voor een vijftigtal personen, zoals dat vroeger ook het geval was. Een projectoproep zal worden gelanceerd om een uitbater te vinden. De keuken bevindt zich in de kelder, maar daarover later meer. Aan de linkerkant komt dus een nieuwe toegangspoort en de ticketing voor het biermuseum op de eerste etage. “Alleen daar zal je moeten betalen, maar voor de rest kan de bezoeker gratis in de Beurs ronddwalen.” Dat zal niet 24 op 24 mogelijk zijn wegens mogelijke overlast, maar wel het gros van de dag.

Via een stelling klauteren we naar de eerste verdieping, waar Belgian Beer World moet verschijnen. In dat biermuseum, dat tot stand kwam in samenwerking met 103 Belgische brouwers, wordt het culturele verhaal achter het bier verteld door middel van een historisch parcours dat je chronologisch aflegt. “We starten vanaf de middeleeuwen, wat een knipoog is naar onze archeologische site onder de Beurs”, vertelt Vandevannet - zelf groot bierliefhebber - geamuseerd. “Daar lag ooit Jan Hertog I van Brabant begraven. Hij droeg de naam Gambrinus, wat in het Latijn ‘bierkoning’ betekent.”

Koepel blijft dicht

Het biermuseum vertelt je over de rijke geschiedenis van het bier. Via een glaspartij geniet je tegelijk van een mooi uitzicht op de begane grond. Na het museumbezoek kan je bovenop de Beurs nog in kleine glaasjes een 200-tal bieren van de tap degusteren. Daar wordt een dakterras van 1.000 vierkante meter aangelegd met zicht op het illustere gemeentehuis van de stad Brussel en het Justitiepaleis. “Maar we houden het klein”, benadrukt Vandevannet. “De brouwers zijn de filosofie toegedaan dat je bier best drinkt in een echt café. Wie het gerstenat wil ontdekken, zet zijn biertocht dus best voort in de stad.”

Het werfbezoek brengt ons nadien nog naar de koepel, maar wegens de erfgoedwaarde van onder meer het delicate houtwerk zal deze niet onder handen genomen worden. De passanten in de centrale hal bestuderen, kan dus niet. “We wilden een doorgang bouwen naar het dakterras en hier ook wat tafels plaatsen, maar dat mocht niet”, aldus Vandevannet. “Dit wordt de enige plek die niet openbaar zal zijn. Jammer, want we restaureren niet alleen. Onze missie is vooral om het Beursgebouw helemaal open te trekken.”

We dalen via de vele stellingen en met de nodige voorzichtigheid af van het dak naar de kelder. Hier komt die missie helemaal tot uiting. “In de kelder was vroeger al een oude passage tussen de Henri Mausstraat en de Beursstraat. We halen de Beurs helemaal van zijn sokkel en brengen die doorgang terug”, kondigt de projectleidster aan. Daardoor zal je niet alleen verticaal, maar ook horizontaal het gebouw kunnen kruisen. Twee grotere poorten geven dus vanaf twee straten toegang tot de kelderruimte.

48 miljoen euro

Daarin komt een museumwinkel, de restaurantkeuken, kantoren voor het personeel, een auditorium en een museumzaal, die dient als introductie voor de archeologische site Bruxella 1238. Die kan je via een trap in de kelder bereiken. De Beurs omarmt zijn verleden zo helemaal, want vormt nu een rechtstreekse connectie met Bruxella 1238. Dat zijn de ruïnes van een Franciscanenklooster waarop het Beursgebouw is neergezet in de negentiende eeuw.

Ook de grauwe buitenkant van het gebouw en de vele standbeelden krijgen met behulp van een intensieve stoombehandeling hun witte glans terug. Dat prestigeproject mag aardig wat kosten. “Doe er nog het meubilair bij en de kleine werken aan de openbare weg, en je komt uit op een totaal kostenplaatje van 48 miljoen euro voor de hele site”, stelt Vandevannet. Ergens in 2023 moet het Beursgebouw publiek toegankelijk zijn. Aan de kale, lege, bakstenen muren binnenin te zien, wordt dat een krappe deadline. “Maar we doen er alles aan.”


Bron: BRUZZ

18 keer bekeken0 reacties

Recente blogposts

Alles weergeven